Voorspellen van geweldadig gedrag

Justitiƫle jeugdinrichtingen gebruiken een nieuw risicotaxatie-instrument om herhaling van gewelddadig gedrag bij adolescenten te voorspellen. Henny Lodewijks van jeugdinrichting Rentray promoveert woensdag 3 juni aan de Vrije Universiteit op een onderzoek naar de checklist.

In het besluit van een kinderrechter of een jonge delinquent nog langer in een justitiële jeugdinrichting moet blijven, weegt hij het advies van een gedragsdeskundige mee. Deze psycholoog of psychiater adviseert ook over verlof of overplaatsing naar een open instelling.

Onbetrouwbaar
‘Dat professionele oordeel was tot voor kort echter niet zo betrouwbaar’, zegt Lodewijks, directeur behandelzaken van de particuliere justitiële inrichting Rentray. ‘Het was voorheen niet zo duidelijk waar het eindoordeel op gebaseerd was. Het lag aan de persoonlijke ervaringen van de deskundige. De een zit misschien altijd goed, de ander kan er meestal naast zitten.’

Risicofactoren
Lodewijks sloot zich aan bij een Canadees-Amerikaanse onderzoeksgroep die enkele jaren terug een risicotaxatie-instrument hadden ontwikkeld, genaamd SAVRY (Structured Assessment of Violence Risk in Youth). Bij dit gestructureerde professionele oordeel moet de gedragsdeskundige een lijst met wetenschappelijk bewezen risicofactoren kritisch beschouwen, interpreteren en wegen. Op basis daarvan komt hij tot een eindoordeel.

Discussie
Uit het onderzoek van Lodewijks blijkt dat de checklist meer garanties biedt dat de voorspelling van de deskundige goed is. ‘Zonder dit instrument kun je dingen over het hoofd zien of juist zaken overwaarderen. Bovendien kun je nu samen met collega’s praten over je inschattingen en kan je mening ter discussie staan.’

Behandeling
Wanneer de uitkomst herhaling van gewelddadig gedrag voorspelt, moet de behandeling zich richten op de voorspellende factoren, zegt Lodewijks. ‘Neem een jongere die zich net staande kan houden, maar in een beest verandert als hij alcohol op heeft. Dan zul je in het behandelprogramma je daar op moeten richten. Of een jongere die zich alleen wel redt, maar in aanraking met criminele vrienden in de fout gaat. Dan richt je je op dat meeloopgedrag. Vaak is het een combinatie van factoren waaraan aandacht besteed moet worden.’

Meisjes
Bij meisjes moet het instrument overigens voorzichtig worden toegepast. ‘Bij meisjes is er een relatief groter aantal vals positieve voorspellingen vergeleken met jongens’, aldus Lodewijks. ‘Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met de anders gekleurde gewelddaden bij meisjes. De slachtoffers zijn vaak bekenden van de dader die over het algemeen minder vaak aangifte doen. Rechters gaan daarnaast milder om met meisjes. Dat maakt voorspellingen bij meisjes moeilijker, want ze verdwijnen zo in de statistieken.’