Twaalf jaar cel en tbs voor Julian C.
bron: NRCDe rechtbank in Breda heeft vanochtend Julien C. (23) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en tbs met dwangverpleging voor doodslag op Jesse (8) uit Hoogerheide, op 1 december vorig jaar.
Op 23 augustus eiste de officier van justitie twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging tegen Julien C. wegens moord, maar de rechtbank achtte moord niet bewezen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat Julien C. heeft gehandeld „na kalm beraad en rustig overleg”, ofwel met voorbedachten rade.
Voorzitter D. Poerink van de rechtbank legde uit dat het feit dat Julien C. op 1 december met een keukenmes de basisschool Klim-Op binnenging, niet hoefde te betekenen dat hij een vooropgezet plan had om iemand te doden. „Er zijn verschillende andere varianten denkbaar”, aldus Poerink. „Denkbaar is bijvoorbeeld dat hij zijn halfbroertje [om 11.15 uur] wilde gaan ophalen en een mes bij zich stak om eventueel bij de juf af te dwingen dat hij hem mocht meenemen.”
Julien C. heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek door het Pieter Baan Centrum. Niettemin heeft de rechtbank vastgesteld dat er sprake is van een geestelijke stoornis en verminderde toerekeningsvatbaarheid. Volgens de rechtbank is het onverantwoord om hem onbehandeld te laten terugkeren in de maatschappij, zodat tbs met dwangverpleging is opgelegd. Voor doodslag staat maximaal vijftien jaar. Wegens de verminderde toerekeningsvatbaarheid legde de rechtbank twaalf jaar op.
De rechtbank motiveerde de uitspraak uitgebreid, in het kader van het nog experimentele Project Motiveringsverbetering in Strafvonnissen (Promis), dat voor het eerst werd toegepast bij een grote zaak.
Rechtbankvoorzitter Poerink noemde het doden van „een weerloos, achtjarig jochie” buitengewoon laf. „De gruwelijke manier waarop dit is gebeurd gaat ons voorstellingsvermogen te boven. De bevolking van Hoogerheide, heel Nederland en ook daarbuiten, was ernstig geschokt door het feit dat zoiets ondenkbaars op een basisschool, op klaarlichte dag, kon gebeuren.” Poerink noemde het „ronduit afschuwelijk” dat de verdachte – Julien C. ontkent – de nabestaanden nauwelijks in staat stelt de dood van Jesse te verwerken, omdat hij hen „in het ongewisse laat over wat er nu werkelijk is gebeurd in het klaslokaal”.
Conform Promis nam de president onderdelen als onderzoek, tenlastelegging, bewijs en het oordeel van de rechtbank punt voor punt door, waarbij hij telkens samenvatte van wat de officier van justitie en de verdediging over deze onderdelen hadden verklaard.