'Ik stopte pas met schudden toen Jari bleek en stil werd'
bron: BN/De StemA. van P. (31), oorspronkelijk afkomstig uit Bergen op Zoom, moest zich gisteren bij de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem alsnog verantwoorden voor de dood van zijn zoontje Jari in 2004. De officier eiste één jaar gevangenis voorwaardelijk tegen hem.
Het Openbaar Ministerie (OM) had te zaak in eerste instantie voorwaardelijk geseponeerd. Van P., die nu in de tbs-kliniek in Vught verblijft, had destijds beweerd dat Jari gevallen zou zijn en dat hij hem daarna - om een reactie uit te lokken - zou hebben geschud. Het toentertijd drie weken oude jongetje zou dus volgens zijn vader door een 'noodlottig ongeval' om het leven zijn gekomen. Pas nadat Van P. ook zijn tweede zoontje Dani verwondde en hiervoor door de rechtbank in Den Haag werd veroordeeld (twee jaar gevangenis en tbs met dwangverpleging), legde hij nieuwe verklaringen over de dood van zijn oudste kindje af."De moeder van Jari ging de bewuste avond weg en ik bleef alleen met mijn zoontje achter", aldus de verdachte. "Kort erna ging het mis."
De kleine begon te huilen en op dat moment is Van P. 'elk verband met de realiteit verloren'. Met een extreme woede pakte hij Jari vast en schudde hem dertig seconden heen en weer.
"Toen Jari stil werd, schoot ik in paniek." Via de huisarts kwam Jari in het ziekenhuis terecht. Daar overleed hij op 28 december 2004; 33 dagen oud. De ouders hadden samen tot het stopzetten van alle behandeling besloten nadat ze te horen hadden gekregen dat hun eerstgeborene dusdanig hersenletsel had opgelopen dat hij als 'kasplantje' verder zou moeten. Om dit besluit draait nu alles in deze zaak. Terwijl de officier van justitie van mening is dat het vaststaat dat Jari aan het zogenoemde shaken-baby-syndroom (ontstaat als je een baby heftig door elkaar schudt, red.) is overleden, denkt de advocaat van de verdachte er heel anders over. "De ouders hebben zelf besloten om het leven van Jari te beëindigen", zei de verdediger.
"De baby zou alleen op basis van zijn letsel niet zijn gestorven. Hij zou nu nog kunnen leven omdat zijn hersenstam nog intact was en zijn longen en zijn hart functioneerden."
Hij pleitte daarom vooral voor een voorwaardelijk straf voor Van P en zei dat hem geen opzet kon worden verweten. Omdat er al een tbs-behandeling met dwangverpleging is ingezet, viel de eis van de openbaar verdediger ook relatief mild uit: "Eén jaar gevangenis met een proeftijd van drie jaar."